Terug

Zoek de persoonsvorm, het onderwerp en het lijdend voorwerp [1]

Zoek de persoonsvorm, het onderwerp en het lijdend voorwerp [1]

 
  1. Rosa verfde deze oude stoel met pencelen.
  2. Rosa verfde deze oude stoel met pencelen.
  3. Rosa verfde deze oude stoel met pencelen.
  4. Rosa verfde deze oude stoel met pencelen.
In welke zin is het dikgedrukte zinsdeel het onderwerp?
A B C D