Terug
 

Palindroom

Palindroom

 
 

Lees: Naar een...het ontbijt. (regel 2 en 3)

Wat kan Bobby het best doen met: Naar ?

  1. Bobby ging een weekendje bij haar opa logeren.
  2. Naar een heerlijk nachtje slapen, schoof ze aan tafel
  3. voor het ontbijt. Ze vindt het steeds altijd heerlijk om
  4. bij haar opa te zijn, omdat ze daar allemaal dingen
  5. mag doen die ze thuis niet mag. Zoals laat opblijven
  6. en gekke dingen op je boterham doen. Terwijl ze een
  7. sneetje brood met pindakaas en hagelslag klaar-
  8. maakte, vertelde ze haar opa dat ze gedroomd had die
  9. nacht...


     
  10. ‘En toen moest ik dus hockeyen met een lepel!
  11. Gek toch, opa?’
  12. ‘Hé, lepel, dat is een palindroom!’, zegt opa.
  13. ‘Wat zegt u? Heeft u over palingen gedroomd?’
  14. ‘Nee, een palindroom, dat is een woord dat zowel
  15. vooruit als achteruit gelezen kan worden.
  16. Bijvoorbeeld k-a-j-a-k of l-e-g-o-v-o-g-e-l.
  17. Kun jij er een bedenken?’, vraagt opa.
  18. Bobby denkt even na en zegt dan: ‘B-o-b, dat is mijn
  19. naam in het kort! Of, uh, het cijfer n-e-g-e-n. Dit is
  20. leuk! Weet u nog een moeilijke, opa?’
  21. ‘Wat dacht je van parterretrap, droommoord of
  22. racecar. Daar weet ik ook nog een zin mee, ik zal
  23. hem opschrijven.’ Opa pakt een papiertje en begint
  24. te schrijven. Als hij klaar is, geeft hij het papiertje
  25. aan Bobby. Er staat:


     
  26. Bobby controleert de zin door hem eerst van voor
  27. naar achter te lezen en daarna andersom.
  28. ‘Wow, dat is echt kicken!’
  29. ‘Kicken? Wat is dat?’, vraagt opa.
  30. ‘Wreed, chill, gruwelijk, u weet wel.’
  31. Opa kijkt Bobby vragend aan. ‘Vind je het
  32. afschuwelijk?' Bobby schiet in de lach.
  33. ‘Haha, nee opa, dat betekent dat het heel vet, tof,
  34. gaaf is. Maar vertel nog eens over die palingen in
  35. uw droom’, en ze knipoogt naar haar opa. Opa
  36. moet lachen. Wat heb ik toch een maffe
  37. kleindochter, denkt hij.

Wil je ook de rest zien?