Terug

Zoek het werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde [2]

Zoek het werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde [2]

 
  1. Gisteren heeft Arno een kus gekregen van Nicolien.
  2. Gisteren heeft Arno een kus gekregen van Nicolien.
  3. Gisteren heeft Arno een kus gekregen van Nicolien.
  4. Gisteren heeft Arno een kus gekregen van Nicolien.
In welke zin is het dikgedrukte deel het werkwoordelijk gezegde?
A B C D