Terug

Welk werkwoord staat in de tegenwoordige tijd (tt)? [2]

Welk werkwoord staat in de tegenwoordige tijd (tt)? [2]

 
  1. Het stoplicht wordt groen.
  2. Vader snoeide de bomen.
  3. Piet is er niet op ingegaan.
  4. Lotte maakte me blij.
In welke zin staat het dikgedrukte werkwoord in de tegenwoordige tijd?
A B C D