Terug
 

Over? Over.

Over? Over.

 
 

Lees de eerste alinea.

Wat hoort niet bij Davon?

  1. Davon is een stoere meid. In haar vrije tijd gaat ze
  2. het liefst in bomen klimmen en hutten bouwen. Een
  3. schrammetje meer of minder maakt haar niet uit.
  4. Ze is best sterk, misschien later wil ze dan ook wel
  5. in het leger. Haar oom werkt daar ook en ze kan uren
  6. genieten van zijn avontuurlijke verhalen. Vorige week
  7. had ze nog twee walkietalkies van hem gekregen.
  8. Ze heeft er een aan Kyle gegeven, zodat ze altijd met
  9. elkaar kunnen communiceren...


     
  10. ‘Kyle, ben je daar? Over.’
  11. ‘Ja, ik ben er’, antwoordt Kyle.
  12. ‘Je moet wel "over" zeggen. Over.’
  13. ‘Oké Davon, over.’
     
  14. Kyle zit verscholen in een boom vlak bij een
  15. speelplaats. Hij wrijft over zijn maag die knort.
     
  16. ‘Is de trekdrop op of heb je nog over?’
  17. ‘Je moet wel je zin eindigen met "over". Over.’
  18. ‘Mijn zin eindigde al met "over". Moet ik dan twee keer
  19. over zeggen?’
  20. ‘Ja. Over.’
  21. ‘Oké, Davon. Is de trekdrop op of heb je nog over?
  22. Zo goed?’, zegt Kyle een beetje geïrriteerd.
  23. ‘Nee, nu vergeet je het weer. Over.’
  24. ‘Geef nou maar antwoord, Davon. Over!’
  25. ‘Nee, alles is op. Over.’
  26. ‘Ik snap het niet meer’, zegt Kyle. ‘Is het op of is er
  27. nog over? Over.’
  28. ‘De trekdrop is op en dit is het laatste wat ik zeg. Over.’
  29. ‘Nou, dan ga ik nieuwe halen, doei. Over.’
  30. ‘Kyle, als je stopt met het gesprek moet je "over en
  31. sluit" zeggen. Over en sluit.’
  32. Zuchtend zegt Kyle: ‘Goed, wil jij ook nog? Over.’
  33. Geen gehoor... ‘Hallo Davon?’

Wil je ook de rest zien?